Zoals meer mensen ben ik wat bewuster afstand aan het nemen van alle Big Tech firma’s die onze data bewaren, profielen opstellen, via advertenties producten aansmeren en waar een steeds minder vriendelijk land zomaar de stekker uit kan trekken. Geïnspireerd door een artikel van Marloes de Koning in de NRC heb ik al langer lopende traject weer een stap verder gebracht. Wat heb ik veranderd – en hoe bevalt dat?
Mail en agenda
GMail en Google Calendar heb ik vervangen door het Europese alternatief Proton mail en Proton Calendar. Een van de vele Europese alternatieven. De producten leven in een Zwitserse cloud, zijn onderhevig aan Zwitserse wetgeving en van end-to-end encryptie voorzien. De migratie op zich ging redelijk probleemloos, en de apps (Android, Apple, Windows, Linux, web) werken prima. De overstap wordt makkelijk gemaakt met migratietools. Alleen is het overzetten van je mail en agenda pas stap één. Vrienden informeren gaat nog wel, maar ik sta op nogal wat nieuwsbrieven ingeschreven en heb accounts bij theaters en dergelijke: dat is meer een stap-voor-stap overgang geworden. Eerst de belangrijkste overzetten, en dan maar kijken wat er nog op Gmail binnenkomt. Bij dit klusje viel me trouwens op hoe weinig belangrijk email nog is: met vrienden communiceer je meestal via apps, bedrijven sturen zelden nog privacy-gevoelige gegevens via mail, hooguit “er staat een bericht voor je klaar”. Niet allen trouwens: parkeerapp Yellowbrick stuurt facturen met tijden en locaties van parkeren gewoon als attachment aan een mail. En ik maak me ook niet teveel illusies over mails aan vrienden: velen zullen wel een account bij een van de grote web firma’s hebben, dus dan komt mijn mail alsnog daar. Maar goed, het doel is niet 100% alles buiten Big Tech te houden maar stappen te zetten voor mezelf.

De agenda is wat dat betreft belangrijker, dat is een (te) goed spoor van afspraken die ik maak. Dat houd ik graag privé. Proton Calendar werkt – net als de mail – prima op al mijn devices. Over het adresboek van Proton ben ik nog wat minder tevreden: het is er wel, maar erg gericht op email, dus bijvoorbeeld alleen via de mail-app te benaderen, wat voor bellen onhandig is. Proton is niet gratis, maar Google natuurlijk ook niet – dat lijkt maar zo, je data zijn de valuta. Er zijn ook veel (Europese) alternatieven. Ik betaal trouwens graag voor goede en privacy-vriendelijke software.
Een andere vervanging is die van Microsofts Onenote en Google Keep door Joplin. Ik gebruikte beide redelijk veel, maar wel voor eenvoudige notities. Joplin is een prima Frans alternatief, ook weer voor Android, Apple, Windows, Linux. Geen web interface deze keer, wel met de optie van end-to-end encryptie. Syncen kan via Dropbox, Onedrive of Google Drive, maar ik heb gekozen voor een betaalde optie in Joplin Cloud, in Frankrijk staande servers. Erg tevreden over Joplin, biedt precies wat ik nodig heb en werkt goed. Er zijn ook hier weer veel alternatieven.
Browsen
Al langer nam ik een paar voor de hand liggende keuzes: Firefox als browser, Duckduckgo als zoekmachine. Duckduckgo werkt meestal prima, maar soms zijn de resultaten van Google net wat beter. Dan is het in Firefox heel eenvoudig even via Google te zoeken met een klein knopje naast de zoekbalk. Helemaal afscheid nemen hoeft dus niet, het is een keuze. Een andere keuze: ik zoek regelmatig iets op waarbij ik op Wikipedia uitkom. Dus ik heb de Wikipedia app op mijn mobiel, en wel net voor de browser. Zo denk je automatisch iedere keer aan die mogelijkheid. Hetzelfde met Signal: die staat nu voor Whatsapp. Met de laatste twee heb ik hetzelfde als bijna iedereen die naar Signal gaat: er zijn teveel (voor mij belangrijke) mensen die alleen Whatsapp hebben, en ik ben geen prediker van een nieuwe religie. Ik maak keuzes voor mezelf, schrijf daarover, maar ga mensen in mijn omgeving niet lopen bekeren. Uiteraard zijn hier ook veel opties met nog veel meer privacy mogelijk, een Tor-browser et cetera maar daar heb ik geen behoefte aan. Ik hoef niet compleet onzichtbaar en anoniem te zijn, maar de hoeveelheid Big Tech kan wel omlaag. En van sommige zaken neem ik nog even geen afscheid, zoals LinkedIn en een paar andere sociale netwerken.
Encryptie
Dropbox is wat lastiger. Over Proton Drive heb ik minder goede berichten gelezen, dus daar wacht ik mee tot er een stabielere versie is. Hier gekozen voor Cryptomator: een app die je gegevens versleutelt. Het blijft dan gewoon – versleuteld – in Dropbox maar op laptop en smartphone open je je bestanden met Cryptomator.

Op laptop is het gratis, de Android app niet. Niet alles uit Dropbox heb ik versleuteld: gegevens over financiën, gezondheid en dergelijke privacygevoelige zaken wel, maar bijvoorbeeld eerdere versies van artikelen die ik zelf op het internet zet, of achtergrondmateriaal daarbij boeit me minder. Voor foto’s zoek ik nog een goede oplossing. Cryptomator heeft geen thumbnails (vanwege de encryptie, dat is bij bestanden geen probleem maar met foto’s lastig. Misschien moet ik me ook minder zorgen maken over die foto’s. Mijn (volwassen) kinderen hebben pas een mooi fysiek album gehad met een usb-stick met alles uit die tijd. Ik heb al heel lang de gewoonte foto’s goed op te schonen en alleen te bewaren wat de moeite waard is. (Omdat een map met duizenden foto’s, rijp en groen, dubbel, scherp en onscherp door elkaar precies nul waarde heeft, en een mapje van een vakantie met 20, 30 of 40 foto’s wel: daar kijk je nog eens naar.) Dus misschien foto’s maar offline houden. En als bijvangst het maken van periodieke backups naar een externe schijf ook maar geregeld.
Encryptie met een hulpmiddel als Cryptomator is natuurlijk ook een optie voor alle overheidsbedrijven die nu zeggen niet van Big Tech af te kunnen. Nog steeds data in de cloud, maar alleen leesbaar voor individuen, teams of het bedrijf zelf. Net deze week meldde de NOS weer hoeveel publieke Nederlandse instellingen de Amerikaanse cloud gebruiken. Publieke Nederlandse instellingen: dat kan beter!
Afscheid van Windows en MS Office
Een keuze die voor veel mensen misschien een stap te ver is: op mijn privé laptop ben ik van Windows naar Linux Mint gegaan (mijn werk bepaalt wat er gebeurt op mijn werk laptop, dat is nog steeds Windows). Iets wat ik al veel langer wilde, maar lastig was omdat veel werk toch Windows- of Office-gerelateerd was. Deze overstap bevalt heel goed. Mint is sneller, alles werkt prima. Over opensource-besturingssytemen schrijft Marloes de Koning: “…vrijwel zonder uitzondering bebaarde mannen die in afkortingen spreken en moeten lachen op onverwachte momenten…” Dat is inderdaad het cliché, en daar voel ik me niet bij thuis. Ik heb (ooit) leren programmeren op VAX/VMS, waarbij je alles in een terminal met ingetypte commando’s deed. Rond Linux hangt nog steeds een zweem van die cultuur, waarbij omstandig uitgelegd wordt hoe goed en makkelijk dat is, maar ik heb destijds graag afscheid genomen van de command prompt en de grafische user interface omarmd, en ik wil echt niet terug naar een ‘do it yourself’ OS. Mint is een instapmodel voor Windows-gebruikers en een prima optie, ook als je geen hardcore nerd bent.

Windows zelf is misschien niet het grootste probleem voor privacy, meer alles wat op Windows draait. Van MS Office heb ik met wat meer spijt afscheid genomen: van Word en Powerpoint was ik nooit een grote fan, maar met Excel kon ik lezen en schrijven. Maar toch: naar Libre Office, en ook hier tevreden – wel met de kanttekening dat het wennen is, in Calc zit alles toch net op een andere plek dan in Excel. Maar mijn grootste probleem met MS Office was niet zozeer Office zelf, maar de steeds verdere integratie van AI, waarbij steeds vager wordt welke gegevens nu wel en niet gedeeld worden en dat in de gaten houden een dagtaak wordt.
Het zijn eerste stappen, als de telefoon aan vervanging toe is (nu een Samsung Galaxy) ga ik daar eens naar kijken. Zoals gezegd: 100% is het doel niet, en stapje verder wel.
























